+32 3 501 99 96       phone email

Home - Vermogen - Het opsparen van beroepsinkomen binnen de eigen vennootschap: wat met het gemeenschappelijk vermogen?

Het opsparen van beroepsinkomen binnen de eigen vennootschap: wat met het gemeenschappelijk vermogen?

In het kader van een echtscheiding is het vaak onduidelijk welk lot de reserves dienen te ondergaan die werden aangelegd binnen de vennootschap die behoort tot het eigen vermogen van een van de echtgenoten.

De benadeling van de gemeenschap

Wanneer echtgenoten zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel, bijvoorbeeld omdat ze geen huwelijkscontract hebben gesloten, komen de beroepsinkomsten van beide echtgenoten steevast toe aan het gemeenschappelijk vermogen.

Het komt evenwel vaak voor dat binnen een huwelijk één van de echtgenoten beroepsactief is via een eigen (management)vennootschap. Die kan zijn opgericht, ofwel voor het huwelijk, ofwel tijdens het huwelijk met behulp van een meerderheid aan eigen gelden. Hierdoor komen de aandelen van die vennootschap terecht in het eigen vermogen van de aandeelhouder-echtgenoot.

De beroepsinkomsten die via de vennootschap worden verdiend, maken bijgevolg deel uit van de economische waarde van de vennootschap en blijven op deze manier in het eigen vermogen van de beroepsactieve echtgenoot. Enkel de uitkering van de vennootschap aan de aandeelhouder-echtgenoot komt terecht in het gemeenschappelijk vermogen (bijvoorbeeld de uitkering van een dividend, een bestuurdersvergoeding,…).

Dergelijke situaties konden in het verleden wel eens aanleiding geven tot discussie, bijvoorbeeld omdat de aandeelhouder-echtgenoot zich omwille van fiscale optimalisatie slechts een beperkt loon liet uitkeren en de overige winsten bleef reserveren binnen de vennootschap. Zo kon de vennootschap steeds in waarde toenemen ten koste van de huwgemeenschap, nu slechts een beperkt deel van de inkomsten hierin terecht kwam.

In sommige omstandigheden werd dit als problematisch ervaren, maar beschikte men evenwel niet over de juridische middelen om een correctie door te voeren wanneer er sprake was van een onbillijke situatie.

Het nieuwe artikel 1432 BW

Om aan deze problematiek tegemoet te komen, creëerde de wetgever in 2018 een nieuwe vergoedingsvordering in artikel 1432 oud BW. Het nieuwe artikel voorziet dat aan het gemeenschappelijk vermogen een vergoeding verschuldigd kan zijn voor de netto-beroepsinkomsten die het niet heeft ontvangen, maar wel “redelijkerwijze had kunnen verwachten” indien het beroep niet zou worden uitgeoefend binnen een vennootschap.

Aldus kan de toepassing van dit artikel ertoe leiden dat de aandeelhouder-echtgenoot verplicht wordt om een vergoeding te betalen aan de huwgemeenschap teneinde een eventuele benadeling te compenseren.

Bij dit artikel dienen evenwel een aantal belangrijke kanttekeningen te worden gemaakt. Er zal door de benadeelde echtgenoot namelijk bewezen moeten worden dat de huwgemeenschap effectief “redelijkerwijze” inkomsten zou kunnen hebben verkregen. Dat kan alleen mits de aandeelhouder-echtgenoot beslissingsmacht had binnen de vennootschap en dus kon beslissen over het al dan niet uitkeren van een bepaald bedrag. Daarenboven zijn er vele economische redenen waarom een onderneming inkomsten reserveert.

Het zal bijgevolg niet eenvoudig zijn om aan te tonen dat inkomsten, die de huwgemeenschap redelijkerwijze kon verwachten, werden onttrokken aan het gemeenschappelijk vermogen en er onterecht is gereserveerd in de eigen vennootschap van de aandeelhouder-echtgenoot.

Daarenboven is het betwist vanaf welk ogenblik deze vergoeding uitwerking kan krijgen.

Teneinde discussies hierover te vermijden, doen echtgenoten er bijgevolg goed om aan na te denken over de verschillende vermogensstelsels en bijvoorbeeld te opteren voor het stelsel van scheiding van goederen.

Dit stelsel kan namelijk worden aangevuld met bijvoorbeeld een verrekenbeding waarin de modaliteiten verbonden aan een dergelijke correctie duidelijk worden bepaald. Dit biedt zekerheid voor beide echtgenoten, hetgeen enerzijds het ondernemerschap van de echtgenoot-aandeelhouder niet hypothekeert, doch ook anderzijds de onderhandelingen naar aanleiding van een echtscheiding sterk vereenvoudigt.

Keyser advocaten adviseert haar cliënten, zowel bij het afsluiten van de meest gepaste huwelijkse voorwaarden, doch ook gedurende de onderhandelingen of procedure, indien het tot een echtscheiding komt.

Mocht u verdere vragen hebben over dit onderwerp kan u ons kantoor steeds contacteren.

LAAT ONS U HELPEN

Heeft u vragen over de wetgeving of wenst u een consultatie met advocaten gespecialiseerd internationaal familierecht? Neem dan contact op met ons advocatenkantoor in Antwerpen. Wij helpen u verder met vragen rond familierecht, echtscheidingen, erfenissen en vermogen in binnen- en buitenland.

Stefanie Keyser en Julie Borms