Steeds meer werknemers ontvangen een deel van hun verloning in de vorm van warrants. Uit recent onderzoek van HR-dienstverlener Randstad blijkt dat vandaag ruim één op de tien werknemers in België warrants ontvangt, bijna een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Waar warrants lange tijd voorbehouden bleven aan het hoger management, vinden zij nu ook hun weg naar kaderleden en bedienden. De verklaring ligt voor de hand: met een loonmarge van 0 % voor 2025-2026 zoeken werkgevers naar alternatieve, fiscaal en sociaal gunstige vormen van verloning.
Wat bij de toekenning van warrants zelden aan bod komt, is de vraag wat ermee gebeurt wanneer het huwelijk eindigt. Waar de meeste werknemers hun warrants kort na de toekenning verkopen, zodat zij bij een echtscheiding al lang zijn omgezet in geld, worden warrants op aandelen van de werkgever vaak pas na verloop van tijd uitoefenbaar en niet zelden jarenlang aangehouden. Behoren zulke warrants tot het vermogen van de echtgenoot die ze ontving, of moeten zij worden gedeeld? En hoe bepaalt men hun waarde? In dit artikel worden de belangrijkste aandachtspunten op een rij gezet.
Scheiding van goederen: warrants blijven in principe eigen, met enkele kanttekeningen
Wie gehuwd is onder het stelsel van scheiding van goederen, behoudt elk zijn of haar eigen vermogen. Bij een echtscheiding komen de waranten van beide echtgenoten in beginsel niet voor verdeling in aanmerking.
Op dit uitgangspunt bestaan evenwel twee belangrijke uitzonderingen. In de eerste plaats kan het huwelijkscontract er anders over beslissen. Echtgenoten kunnen daarin uitdrukkelijk bepalen hoe met warrants zal worden omgegaan bij een vereffening en verdeling, en ook een verrekenbeding of andere afwijkende bepalingen kunnen ertoe leiden dat de waarde van de warrants toch in de verdeling wordt betrokken. In de tweede plaats komt het aan op wat er met de opbrengst van de warrants is gebeurd. Werd die gestort op een gezamenlijke rekening of aangewend voor een gezamenlijke aankoop, dan ontstaat een onverdeeldheid die bij de echtscheiding wél moet worden verdeeld.
Wettelijk stelsel: warrants als beroepsinkomen in het gemeenschappelijk vermogen
Echtgenoten die geen huwelijkscontract hebben gesloten, zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel. Naast het eigen vermogen van elke echtgenoot bestaat er dan een gemeenschappelijk vermogen. Het essentieel kenmerk van dit stelsel is dat de beroepsinkomsten van beide echtgenoten automatisch in het gemeenschappelijk vermogen vallen, ongeacht door welke echtgenoot zij werden verworven. Achter die regel schuilt een solidariteitsgedachte: wat de echtgenoten tijdens het huwelijk door hun arbeid opbouwen, wordt beschouwd als het resultaat van hun gezamenlijke inspanningen en komt hen dus ook samen toe.
Warrants die worden toegekend als tegenprestatie voor geleverde arbeid, moeten in principe als beroepsinkomen worden gekwalificeerd. Daaruit volgt dat zij in principe tot het gemeenschappelijk vermogen behoren.
Zijn de warrants op het ogenblik van de echtscheiding reeds verkocht, dan maakt de opbrengst ervan als geldsom deel uit van het gemeenschappelijk vermogen en wordt zij samen met de overige gemeenschappelijke goederen vereffend en verdeeld, wat in de regel weinig moeilijkheden oplevert. Wanneer de warrants daarentegen nog niet in geld werden omgezet, ligt de zaak heel wat minder eenvoudig, zoals hierna blijkt.
Wanneer en waarvoor toegekend? Het onderscheid tussen gemeenschappelijke en eigen warrants
Het is wel degelijk van belang wanneer en voor welke beroepsprestaties de warrants werden toegekend. Hebben zij betrekking op beroepsprestaties die werden geleverd tijdens de duur van het huwelijk, met name vóór de inleiding van de echtscheidingsprocedure, dan behoren zij in principe tot het gemeenschappelijk vermogen. Warrants die daarentegen worden verkregen voor beroepsprestaties na de inleiding van de echtscheidingsprocedure, behoren principieel tot het eigen vermogen van de echtgenoot die ze ontvangt. Vanaf dat ogenblik is de gemeenschapsgedachte immers verdwenen, zodat er geen grond meer bestaat om de vruchten van de beroepsactiviteit met de andere echtgenoot te delen.
Verdeling: de warrants voor de houder, de helft van de waarde voor de andere echtgenoot
Bij de vereffening en verdeling van het gemeenschappelijk vermogen moeten alle gemeenschappelijke vermogensbestanddelen onder de echtgenoten worden verdeeld, dus ook de warrants. In de praktijk zullen de warrants zelf in principe steeds worden toebedeeld aan de echtgenoot die ze als verloning heeft verkregen. Zij staan immers op diens naam, zijn nauw verbonden aan diens persoon en tewerkstelling en kunnen vaak niet zomaar aan een derde worden overgedragen.
Dat betekent evenwel niet dat de andere echtgenoot met lege handen achterblijft. De vermogenswaarde van de warrants op het ogenblik van de verdeling moet in rekening worden gebracht, gezien deze vermogenswaarde tot het gemeenschappelijk vermogen behoort. De helft van die waarde komt immers toe aan de echtgenoot die de warrants niet toebedeeld krijgt, bijvoorbeeld via een opleg of door hem of haar andere goederen uit het gemeenschappelijk vermogen toe te bedelen.
Waardering van warrants: haalbaar bij beursgenoteerde, complex bij niet-beursgenoteerde vennootschappen
Hoewel het principe helder is, rijst in de praktijk steeds dezelfde vraag: wat is een warrant op het ogenblik van de verdeling waard? Die waarde hangt af van de onderliggende cijfers van de vennootschap waarop de warrants betrekking hebben. Daarbij moet bovendien rekening worden gehouden met de eigen kenmerken van de warrant, zoals de uitoefenprijs, de resterende looptijd en de voorwaarden waaraan de uitoefening is verbonden. Een warrant is immers geen aandeel.
Gaat het om een beursgenoteerde vennootschap, dan is de waardering doorgaans eenvoudig. Op basis van de beurskoers van het onderliggende aandeel en de publiek beschikbare cijfers van de vennootschap kan de waarde van de warrants op een objectieve manier worden berekend.
Bij een niet-beursgenoteerde vennootschap ligt dit in de praktijk vaak heel wat moeilijker. Een correcte waardering vergt inzage in de interne cijfers van de vennootschap. Die vennootschap is echter geen partij in de echtscheiding, en haar cijfers zijn vaak vertrouwelijk. Ook de echtgenoot die de warrants houdt, is niet zelden contractueel tot geheimhouding gehouden of heeft geen toegang tot deze informatie. Het aanstellen van een bedrijfsrevisor of deskundige om de warrants te waarderen, stuit in de praktijk dan ook vaak op moeilijkheden en kan de afwikkeling aanzienlijk verlengen en duurder maken.
In zulke situaties moet worden gezocht naar een pragmatische oplossing die recht doet aan de belangen van beide echtgenoten en tegelijk de vertrouwelijkheid van de vennootschap respecteert. Welke oplossing de meest aangewezen is, hangt sterk af van de concrete omstandigheden: de aard van het warrantplan, de positie van de vennootschap en de verhouding tussen de echtgenoten. Het gaat hier bij uitstek om maatwerk.
Deze problematiek kan evenwel grotendeels worden voorkomen door hierover op voorhand afspraken te maken en die te verwerken in een huwelijkscontract. Dat is mogelijk zowel voor echtgenoten gehuwd met scheiding van goederen als voor echtgenoten gehuwd onder het wettelijk stelsel. Ook wie bij het huwelijk geen huwelijkscontract heeft opgesteld, kan dit tijdens het huwelijk nog doen door middel van een wijzigend huwelijkscontract. Zo kan op voorhand duidelijk worden vastgelegd hoe met warrants zal worden omgegaan bij een eventuele vereffening en verdeling.




